We ontmoeten Raymond Bakker (47) op een koele aprilochtend in een achtertuin in Hilversum. De tuin is dertig vierkante meter, grotendeels betegeld, met een smalle groenstrook langs de schutting en drie coniferen die al jaren niet gesnoeid zijn. "Dit is Nederland in het klein," zegt hij terwijl hij over het terras loopt. "Negentig procent van de tuinen die ik zie, lijkt hierop. En dat is jammer, want deze ruimte heeft veel meer potentieel dan de eigenaar beseft."

U spreekt van vijf tuinfouten die u steeds weer tegenkomt. Laten we ze een voor een doorlopen. Wat is fout nummer één?

"Te veel verharding. Het is de grootste plaag van de Nederlandse tuin. Mensen willen onderhoudsvriendelijk, en tegels lijken de oplossing. Maar een volledig betegelde tuin creëert problemen die groter zijn dan het onderhoud dat u bespaart. Regenwater kan niet infiltreren, waardoor het riool overbelast raakt bij hoosbuien. De tuin wordt in de zomer een stralingsoven — tegels absorberen warmte en geven die 's avonds af, waardoor het buiten snikheet blijft. En de biodiversiteit daalt naar nul."

"De oplossing is niet: alle tegels eruit en een wildbloemenweide erin. De oplossing is balans. De vuistregel die ik hanteer: minimaal 50 procent van uw tuinoppervlak zou groen, grind of waterdoorlatend moeten zijn. Dat kan een gazon zijn, maar ook grindpaden, beplante borders of een half-open bestrating die water doorlaat."

Fout nummer twee?

"Planten op de verkeerde plek. Dit klinkt basaal, maar het is de fout die de meeste frustratie oplevert. Mensen kopen planten op basis van hoe ze eruitzien in het tuincentrum, niet op basis van wat hun tuin nodig heeft. Een hortensia die volle zon nodig heeft, wordt in de schaduw geplant. Een lavendel die van droogte houdt, krijgt een plek naast de regenpijp. En dan vragen ze zich af waarom niets wil groeien."

"Elke tuin heeft microklimaten. De plek tegen de zuidmuur is anders dan de plek onder de grote boom. De hoek waar de wind doorheen trekt is anders dan de beschutte plek naast de schuur. Een goede hovenier analyseert die microklimaten voordat hij ook maar één plant selecteert. De meeste tuineigenaren slaan die stap over en kiezen op gevoel. Dat is alsof u meubels koopt zonder uw kamer op te meten."

Nummer drie?

"Geen structuur. Een tuin zonder structuur is een chaos, hoe mooi de individuele planten ook zijn. Structuur betekent: vaste elementen die het jaar rond vorm geven aan de tuin. Hagen, paden, niveauverschillen, een pergola, een solitaire boom. Die elementen zorgen ervoor dat de tuin er ook in januari, als alles kaal is, nog uitziet als een ontworpen ruimte in plaats van een braakliggend terrein."

"Ik vergelijk het graag met een woonkamer. U begint niet met de kussens en de kaarsjes — u begint met de grote stukken: de bank, de tafel, de kast. In de tuin zijn dat de haag, het pad en de structuurbeplanting. De bloemen en de seizoenskleur komen daar bovenop, als decoratie. Niet andersom."

Dan fout vier.

"Verwaarlozing van de bodem. Niemand denkt aan de grond, en toch is het de basis van alles. De gemiddelde Nederlandse achtertuin heeft een bodem die in geen jaren is bewerkt — verdicht, verarmd, soms vergiftigd door jarenlang kunstmestgebruik. U kunt de mooiste planten ter wereld in die grond zetten en ze zullen kwakkelen."

"Investeer in uw bodem voordat u ook maar iets anders doet. Laat een bodemanalyse doen — die kost 30 euro en vertelt u precies wat uw grond mist. Voeg compost toe, mulch de borders, laat bladeren liggen in de herfst in plaats van ze op te ruimen. Een gezonde bodem is het verschil tussen een tuin die werkt en een tuin waar u tegen vecht."

En tot slot, fout vijf?

"Ongeduld. Dit is de moeilijkste fout om te corrigeren, want het is een karaktertrek, geen technisch probleem. Mensen willen een volwassen tuin in het eerste seizoen. Ze planten alles te dicht op elkaar omdat het er nu vol moet uitzien, en na drie jaar groeit alles door elkaar heen en moet de helft weer weg. Of ze kopen grote, volgroeide planten in plaats van jonge exemplaren, terwijl jonge planten bijna altijd beter aanslaan en op termijn gezonder groeien."

"Een tuin is per definitie een project van jaren. De mooiste tuinen die ik ken zijn tien, vijftien, twintig jaar oud. Ze zijn laag voor laag opgebouwd, aangepast waar nodig, gegroeid samen met hun eigenaar. Dat geduld is de moeilijkste maar ook de meest lonende eigenschap die u als tuinier kunt ontwikkelen."

"Een tuin die er na één seizoen af uitziet, is bijna altijd een tuin die na drie seizoenen op de schop moet. Geduld is geen luxe — het is een ontwerpprincipe."

Is er een tuintrend die u zorgen baart?

"De kunstgras-epidemie. Ik begrijp het — het is groen, het is onderhoudsvriendelijk, het is het hele jaar mooi. Maar het is ook een ecologische woestijn, het wordt snikheet in de zon, het is niet waterdoorlatend en na acht tot tien jaar is het afval dat niet recyclebaar is. Kunstgras is de tegeltuin in een nieuw jasje. Het probleem is hetzelfde: de wens om de natuur te vermijden in een ruimte die voor natuur bedoeld is."

"Als u echt geen gras wilt onderhouden, kies dan voor grondbedekkende beplanting. Kruipende tijm, waldsteinia, pachysandra — er zijn tientallen opties die het hele jaar groen zijn, minimaal onderhoud vragen en wél bijdragen aan biodiversiteit en waterinfiltratie."

Wat is uw lievelingstuin om aan te leggen?

"De tuin van iemand die eerlijk zegt: ik wil er graag in zitten maar ik wil er niet meer dan twee uur per week aan besteden. Dat is eerlijk, en met die eerlijkheid kan ik werken. Dan ontwerp ik een tuin met veel structuurbeplanting, weinig éénjarigen, een goed padenplan en materialen die mooi verouderen in plaats van onderhoud vragen. Zo'n tuin is na twee jaar prachtig en na tien jaar nog mooier."

"De moeilijkste klant is degene die een Pinterest-tuin wil zonder het bijbehorende onderhoud. Die tuin bestaat niet. Achter elk mooi tuinplaatje zit een hovenier die er wekelijks in werkt. Dat zeggen de foto's er niet bij."

Nawoord

Raymond Bakker vertelt ons bij het afscheid dat hij steeds vaker aanvragen krijgt van huiseigenaren die hun woning per seizoen willen onderhouden — tuin incluis. Die geïntegreerde aanpak, waarbij binnen en buiten als één geheel worden beschouwd, sluit aan bij de bredere trend van bewuster omgaan met de eigen leefomgeving die we in heel 2026 zien.

Zijn advies aan iedereen die begint: "Ga een uur in uw tuin zitten. Niet om te werken, maar om te kijken. Waar valt de zon? Waar waait de wind? Waar zit u het liefst? Dat uur levert u meer op dan tien uur bladeren door tuinmagazines." Een verrassend biophilic advies, vanuit het perspectief van iemand die het woord waarschijnlijk nooit gebruikt.

Meer ontdekken

Bij ParaatService vindt u vakmensen voor elke klus in en om het huis.

Energiebesparing begint bij inzicht. ParaatEnergie helpt u op weg.

Een verbouwing plannen? ParaatVerbouw verbindt u met betrouwbare aannemers.

Lees het magazine