Wat zegt het EIB precies?
Het EIB publiceert ieder voorjaar een rapport Verwachtingen Bouwproductie en Werkgelegenheid. De editie van mei 2026 ziet de bodem in 2025 voor wat betreft opgeleverde woningen — slechts 68.000 — en voorziet daarna een gestaag herstel: 80.000 in 2026 en 84.000 in 2027.
Belangrijk: deze cijfers gaan over opleveringen, niet over verleende vergunningen. Tussen vergunning en sleuteloverdracht zit gemiddeld bijna twee jaar — bij grote projecten kan dat oplopen tot drie. De stijging in 2026 weerspiegelt dus vergunningen die in 2024 al werden afgegeven.
Waarom de stijging?
Drie factoren tegelijk:
- Vergunningenstuwmeer. Tussen 2022 en 2024 is een achterstand opgebouwd door stikstofregels. Een groeiend deel daarvan komt nu in productie.
- Lagere bouwkosten. Materiaalprijzen zijn gestabiliseerd; aannemers durven weer scherper aan te bieden.
- Marktherstel. Hypotheekrentes liggen in mei 2026 rond de 3,8 procent — historisch normaal en betaalbaar genoeg om vraag te dragen.
Welke regio profiteert het meest?
De prijsstijging is dit voorjaar het sterkst in Groningen (+9,2%) en Drenthe (+8,1%). Daar wordt ook actief bijgebouwd: provincies en gemeenten in het noorden hebben hun planvoorraad versneld na 2024. Buiten de Randstad zijn nieuwbouwwijken in plaatsen als Assen, Stadskanaal en Hoogeveen dit jaar voor het eerst sinds jaren weer commercieel haalbaar.
De Randstad blijft krap — vergunningstrajecten zijn er complex en grondprijzen hoger. Wel komen op corridors (Zoetermeer, Almere, Lelystad) eindelijk nieuwe wijken in productie.
Het arbeidskracht-probleem
Het EIB raamt een tekort van 30.000 arbeidskrachten in de bouw richting 2030. Vakmensen zijn schaars, vergrijzing slaat toe, en jonge instromers kiezen vaker voor andere sectoren. Aannemers compenseren met buitenlandse arbeidskrachten en met efficiëntere bouwmethoden — meer prefab, minder maatwerk op de bouwplaats.
Voor consumenten betekent dit: krappere planningen, langere wachttijden voor specialistische werk (denk aan dakdekkers, stukadoors, installateurs) en hogere uurtarieven.
Emissievrij bouwen wordt verplicht
De overstap naar elektrisch materieel is in volle gang. Bij steeds meer aanbestedingen — vooral van Rijkswaterstaat, ProRail en grote gemeenten — is emissievrij draaien van kranen, graafmachines en transport een harde voorwaarde. Hierdoor verschuift de markt: aannemers met een vloot oude dieselmachines komen voor zware investeringen te staan.
Wat betekent dit voor kopers en bouwers?
Voor wie nu een nieuwbouwhuis zoekt:
- Het aanbod groeit, maar zeer ongelijk per regio. Het noorden en de corridor-steden hebben dit jaar de beste kansen.
- Reken op opleveringen die gemiddeld 6 maanden later komen dan oorspronkelijk gepland — door de personeelskrapte.
- Energiezuinigheid van nieuwbouw is hoger dan ooit (BENG 2.0): warmtepomp standaard, vaak triple glass, soms een verplicht zonnepanelen-deel.
- Vraag projectontwikkelaars naar hun scenario-pricing: vaste prijs of staffelprijs bij oplevering. In een markt met stijgende lonen telt dit zwaar.
De bottom line
80.000 woningen in 2026 klinkt veel — het is meer dan in 2025 — maar het ligt nog onder de geschatte structurele behoefte van 100.000+ per jaar. De inhaalslag duurt minstens tot 2028. Voor nu is de markt nog krap, prijzen blijven licht stijgen, en wie wacht op een ruime keuze of dalende prijzen, wacht waarschijnlijk vergeefs. Wel komt er voor het eerst sinds jaren beweging — en die beweging is, regionaal bezien, behoorlijk concreet.